INTERVIEW
Willy de Graaf-de Krijger (89)
Was zakenvrouw
Staat nog steeds positief
in het leven en geniet van de kleine dingen.
Willy, kan je iets vertellen over jezelf?
Uit wat voor een gezin kom je?
Ik ben geboren in 1936 in IJmuiden. Ik had een ouder en een jonger zusje. Het was een leuk gezin. In de oorlog moesten we naar Overveen.
Daar ben ik op de lagere school geweest. Daarna weer terug naar IJmuiden. De middelbare school heb ik doorgebracht op de Creutzberg Mulo,
bij meneer Vennik. Daar heb ik een leuke vriendschap van overgehouden met Nolly Gravemaker en die vriendschap hebben we nog steeds.
Toen ik mijn man Nico leerde kennen was ik nog vrij jong, 15/16 jaar. Een paar jaar later werd het wat intenser.
En toen trouwen?
Eerst verloven, zo ging dat in die tijd, en later getrouwd in 1958. Mijn man was voetballer (keeper)bij Stormvogels.
Eind 1953 werd hij opgesteld als keeper en jan. 1954 werd het betaald voetbal. Je moet je daar niet te veel van voorstellen qua inkomen.
Ze kregen ongeveer 10 gulden voor een verloren wedstrijd en 25 gulden voor een gewonnen wedstrijd. Hij had daarnaast een groentezaak, met een uitbrengwijk.
Werk
Na de middelbare school ging ik werken bij Figee in Haarlem. Dat was een machinefabriek, die bestaat niet meer.
Daarna heb ik 4 jaar op het raadhuis in Oud-Velsen gewerkt. Burgemeester Quint was er toen nog. Ik werd aangenomen voor de receptie.
Dat was ook de tijd dat de tunnel werd geopend. In het raadhuis werd een nieuw toilet gebouwd, speciaal voor Koningin Juliana.
De enige die van het toilet gebruik heeft gemaakt was ik. Ik kwam uit het zakenleven en werd ambtenaar. Ik verveelde me ontzettend.
Dus vroeg ik om meer werk. Toen werd er een elektrische typmachine aangeschaft. Ik moest lijsten typen van alles wat de gemeente
aan wie verhuurde. De lijsten deed ik keurig in mappen.
Toen ik ging trouwen moest ik stoppen. Ik vroeg aan mijn chef wat er met de mappen moest gebeuren. Antwoord: “gooi maar in de container”.
Na ons trouwen gingen we wonen aan de Orionweg. In de flats met de lantaarns, die net waren gebouwd. We kregen twee dochters.
Weer later konden we een nieuw huis kopen aan de Herculesstraat, waar er o.a. een aantal voor ambtenaren waren bestemd,
hetgeen ik was geweest. 12 jaar hebben we daar gewoond. Daarna verhuisden we naar de Van Maerlantlaan in Driehuis,
waar ik 50 jaar heb gewoond. Nu woon ik al bijna 2 jaar alleen in “De Luchte”. Ik ben heel blij dat ik die stap genomen heb
want ik vind het toch wel heel gezellig hier.
“Restaurant IJmond”
Hoe zijn jullie daar terecht gekomen?
Mijn man huurde een pakhuis van dhr. Stolk.
Dhr. Stolk, had nog een groot pand boven op de heuvel bij het Semafoor. In dat pand
zaten o.a. kantoren en tekenkamers van Rijkswaterstaat ten behoeve van de bouw van de pier. Maar de pier was klaar en het pand kwam leeg.
Dhr. Stolk zei tegen mijn man: “ik zou willen dat er een leuk jong iemand zei: ik wil er wel in”. Nou zei mijn man “dat ben ik”.
“Ik wil er een restaurant beginnen”. Stolk: “Ja, maar je moet wel papieren hebben”. Heel toevallig had ik mijn horecapapieren juist gehaald.
Dat was eerst niet de bedoeling maar het ging om een weddenschap. Een kennis was al 4 keer gezakt en ik zei:
“dat moet je toch in één keer kunnen halen”.
Enfin, wij gingen op vakantie en een kennis, heeft toen het aanmeldformulier ingevuld en opgestuurd. “Ja Wil, zei hij, nu moet je naar school”.
De bedoeling was om in september open te gaan. Maar de verbouwing ging behoorlijk snel. Uiteindelijk is de IJMOND op 8 juli 1968 geopend.
Dat heeft burgemeester Reehorst nog gedaan.
Hadden jullie verstand van de horeca?
Nee, helemaal niet. Het enige wat we hadden was werklust en een vriendelijk gezicht. Maar het ging meteen heel goed.
Toentertijd kon je nog makkelijk aan personeel komen. We begonnen met een kok en een kelner, en toen we eruit gingen hadden
we 20 man personeel, waarvan zes koks. Het was een heel groot bedrijf geworden. We hadden heel veel zakenmensen
die voornamelijk kwamen lunchen. We hadden wel eens bedrijfsfeestjes waardoor het wel eens heel laat werd. Maar gebruikelijk was,
dat de keuken in de zomer om 21 uur sloot en in de winter om 20 uur. In de zomer kwam het ook wel voor dat de mensen om half
twaalf nog op het terras zaten. Ik deed zelf de administratie en dat was heel veel. Dat kon ik makkelijk thuis doen en kon ik
tegelijkertijd onze dochters opvangen.
De eerste jaren sprong ik zelf regelmatig bij als het erg druk was, maar Nico was de gastheer. Op donderdag was hij altijd vrij.
Toen onze jongste dochter 18 jaar was is ze ook in de zaak komen werken maar niet voordat ze de middelbare school had afgemaakt
en een vervolgopleiding had gedaan. Ze heeft 15 jaar bij ons gewerkt. Maar uiteindelijk wilde ze de zaak niet overnemen.
Ze zag natuurlijk hoeveel werk het was. Ikzelf kwam met enige regelmaat in de zaak, b.v. op zaterdag of zondagmiddag
maar gewoon voor een kopje koffie of om een hapje te eten en soms nam ik mijn moeder mee.
In 1995 vonden we het tijd worden om de zaak te verkopen. We hadden het restaurant 27 jaar gehad. Ik was 58 jaar en zei tegen mijn man:
“ik wil nog wel samen leuke dingen doen”. Hij was het met me eens. Op 1 oktober 1995 zijn we gestopt.
En toen genieten?
Ja, ik ben heel blij dat we het zo gedaan hebben, want daardoor hebben we nog heel veel leuke jaren gehad.
Een paar keer een cruise gemaakt. En we gingen wel een aantal keren per jaar naar Amerika waar onze oudste dochter
woont en onze kleinzoon. Ik ben heel dankbaar voor die jaren. In 2012 kreeg mijn man de diagnose Alzheimer en dan wordt het reizen moeilijker.
Hobby’s
We waren veel aan het sporten. Zowel zomer als winter tennisten we.
We gingen altijd 3 weken naar de Wintersport. ’s Zomers konden we niet weg vanwege de zaak. Dus mochten onze dochters 3 weken mee.
Wel met huiswerk. Dat was alleen op de lagere school. Maar in totaal zijn we 40 jaar op wintersport geweest.
Kwam je uit een hervormd nest?
Ja, ik ben gedoopt en heb belijdenis gedaan in de Bethlehemkerk bij ds. v.d. Berg
De kinderen zijn ook in die kerk gedoopt. Ze gingen er naar de zondagschool.
Met kerst ging De IJmond altijd dicht, want ik wilde graag bij het kerstfeest van de zondagschool van onze dochters zijn.
Zij hebben beide belijdenis gedaan in de Engelmunduskerk in Velsen-Zuid.
Op zondagmorgen luister ik altijd naar pastor Bayless Conley uit Amerika. Dat is om 7.30 uur en om 8.00 uur ga ik over op
Hour of Power op de tv. Dat vind ik ook heel goed.
Heb je nog een lievelingslied?
Ja, dat is 174 “Vaste rots van mijn behoud”. Dat is mijn lied.
Dat hebben wij op catechesatie geleerd bij ds. v.d. Berg. Dan speelde hij op de piano. Ik ken het uit mijn hoofd. Ik vind het een prachtig lied.
“Een naam is onze hope”, vind ik ook mooi. Ik luister ook altijd naar “Nederland zingt”, en als het een lied is dat ik ken, zing ik mee.
Het doet me ook zo goed als ik zie dat er zoveel mensen met elkaar zingen. Dan geniet ik!
Joke Stam







