- Dit evenement is voorbij.
Kerkdienst

Voorganger: ds. Otto Sondorp
Ontvangstdienst: Heleen Hoefakker en Angela Ouwehand
Koffiedienst: fam. van Broekhuyzen
Kinderkerk: Elisabeth van den Bosch
Organist: Jaap Haringa
Koster/geluidsregistratie: Peter de Bruijn
Beeldregistratie: Jorgen Rasmussens
Na afloop van de dienst is er koffiedrinken
volg de kerkdienst met beeld en geluid beluister de kerkdienst
De collecten zijn voor de Diaconie en de Instandhouding van de Eredienst
Online van harte aanbevolen! de online collectezak
Orde van Dienst
Orgelspel
Welkom, mededelingen en de toelichting op de collecte en aankondiging eerste lied
Lied: intochtspsalm 119: 1 en 2
Bemoediging en groet,
Lied: Psalm 119: 5
Gemeente gaat zitten)
Kyrie (smeekgebed)
Loflied 657: 1 en 4
Dienst van het woord
Inleidende woorden bij de schriftlezingen
Gebed bij de opening van de Schriften
Kinderen komen naar voren, aansteken kaars voor de kinderen, kinderen naar kindernevendienst
1e Lezing: Jesus Sirach 2: 1-18
2 1Mijn kind, als je de Heer wilt dienen, bereid je dan voor op beproevingen.
2Houd het rechte spoor, wees standvastig en word niet ongeduldig in tijden van tegenspoed.
3Houd je stevig aan Hem vast en laat Hem niet los, dan word je uiteindelijk beloond.
4Aanvaard alles wat je overkomt en wees ook geduldig wanneer je wordt vernederd.
5Want goud wordt in het vuur getoetst,in de oven van vernedering test God de mens die Hij aanvaardt.
Wanneer je ziek bent of armoede lijdt, vertrouw dan op Hem.6Vertrouw op Hem, dan zal Hij je helpen,
bewandel rechte wegen en vestig op Hem je hoop. 7Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
zie uit naar zijn ontferming en wijk niet af, dan kom je niet ten val.
8Jullie die ontzag hebben voor de Heer, vertrouw op Hem, dan valt je loon je niet uit handen.
9Jullie die ontzag hebben voor de Heer, hoop op het goede, op ontferming en eeuwige vreugde,
want eeuwige vreugde is het loon dat Hij schenkt. 10Kijk naar de generaties van vroeger:
Werd ooit iemand teleurgesteld die op de Heer vertrouwde?
Werd ooit iemand in de steek gelaten die volhardde in ontzag voor Hem?
Werd ooit iemand veronachtzaamd die de Heer aanriep?
11De Heer heeft immers medelijden en ontfermt zich, vergeeft zonden en redt in tijden van verdrukking.
12Wee de laffe harten en de slappe handen, de zondaar die twee paden bewandelt.
13Wee het wankelmoedig hart; omdat het geen vertrouwen heeft, wordt het niet beschermd.
14Wee jullie die niet langer volharden, wat zul je doen als de Heer je opzoekt?
15Wie ontzag heeft voor de Heer verzet zich niet tegen zijn woorden,
wie Hem bemint, volgt zijn wegen. 16Wie ontzag heeft voor de Heer wil Hem welgevallig zijn.
Wie Hem bemint, leeft volledig vanuit de wet. 17Wie ontzag heeft voor de Heer
is altijd bereid Hem te dienen en vernedert zich voor Hem.
18‘We vallen liever in handen van de Heer dan in handen van mensen, want zijn ontferming is zo groot als zijn majesteit.’ [1]
Lied 316: 1 en 4
2e Lezing: Matteus 18: 21-35
Daarop kwam Petrus bij Hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ 22Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven. 23Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die afrekening wilde houden met zijn dienaren. 24Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. 25Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. 26Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” 27Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. 28Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van zijn mededienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij greep hem bij de keel en zei: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” 29Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je terugbetalen.” 30Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. 31De andere dienaren hadden gezien wat er gebeurde. Ze waren zeer ontdaan en gingen naar hun heer om hem alles te vertellen. 32Daarop liet de heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. 33 Had jij dan geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden had met jou?” 34 En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de folteraars gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. 35 Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’
Prediking
Orgelspel
Lied 838: 1 en 2
Dienst van de dankbaarheid (vanaf de tafel)
Gebeden:
– Dankgebed
– Voorbede(n)
– Stil gebed
– Onze Vader (protestantse versie)
Collectes
– Gemeente gaat staan –
Slotlied 816
Wegzending en Zegen
Gemeente: Amen (gezongen)
[1] De Nieuwe Bijbelvertaling (Haarlem: Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, 2021), Sir 2:1–18.
